Top
  >  Zwanger   >  Prolactine tijdens je zwangerschap

Tijdens je zwangerschap groeit je buik en zul je allerlei lichamelijke veranderingen opmerken. Je buik groeit, de weegschaal geeft steeds meer aan en ook kun je last hebben van allerlei kwaaltjes zoals misselijkheid, duizeligheid of vermoeidheid. Maar wist je dat ook je borsten flink in omvang toenemen wanneer je zwanger bent? Soms tot wel een paar cupmaten! Sommige vrouwen hebben het geluk (of de pech, net hoe je het bekijkt) dan hun bescheiden voorgeveltje ook na de zwangerschap permanent een flinke boezem blijft. Hoe zit dat?

Al vanaf het prille begin van een zwangerschap gaat je lichaam keihard aan het werk. Zodra jouw lichaam de bevruchte eicel heeft herkent komen er allerlei hormonen vrij die zorgen voor talloze veranderingen in jouw lichaam die het mogelijk maken dat jouw kleintje veilig kan groeien maar ook dat het lichaam kan gaan klaarstomen voor na de bevalling en het moeder zijn. Het hormoon prolactine gaat aan de slag met datgeen wat je in je borsten merkt. Je borsten worden groter, zwaarder, vaak gevoeliger en ook kunnen je tepels van vorm veranderen. Want hoewel we aan de buitenkant vooral de groei zien, is dat natuurlijk niet het doel van de prolactine. Prolactine – de naam zegt het al enigszins – heeft te maken met het proces van de aanmaak van melk. 

Tijdens je zwangerschap

De aanmaak van prolactine begint al vroeg in je zwangerschap. De hormonen oestrogeen, progesteron, humaan placentair lactogeen (ookwel HPL) zorgen er samen met de prolactine voor de aanmaak van melkkanaaltjes en melkkliertjes in de borsten. Deze kliertjes en kanaaltjes zullen zich uiteindelijk gedurende de zwangerschap gaan vullen met colostrum en als een soortement wegennet gaan functioneren tijdens het geven van de borstvoeding. Het groepje hormonen zorgt er dus voor dat je borsten gereed worden gemaakt voor het kunnen geven van borstvoeding.

Een hoop veranderingen in formaat en vorm van de borsten dus die zich gedurende de zwangerschap al vullen met melk. Sommige vrouwen merken tijdens de zwangerschap al dat zij druppeltjes melk verliezen. Dit zijn eigenlijk nooit grote hoeveelheden omdat de aanmaak van grote hoeveelheden melk wordt geremd door andere hormonen. Mocht het toch zo zijn dat je last hebt van het druppelen tijdens je zwangerschap, kun je zoogcompressen gebruiken. Deze kunnen overigens ook verlichting geven wanneer je gevoelige tepels hebt. Zorg wel dat je ze regelmatig wast zodat de opgedroogde melk niet gaat irriteren.

Na je zwangerschap

Tijdens je zwangerschap remmen de hormonen oestrogeen, progesteron en HPL de aanmaak van grote hoeveelheden melk. Dat is fijn want niemand zit te wachten op negen maanden lekkende tepels zonder functie. Zodra je baby én de placenta zijn geboren zullen deze drie hormonen snel gaan afnemen. Het gevolg is dat de prolactine vrij zijn gang kan gaan en dat de melkproductie goed op gang kan komen. 

Borstvoeding is een interessant proces waarbij hormonen een belangrijke rol spelen. De hormonen prolactine en oxyotine zorgen er gezamenlijk voor dat er melk uit jouw tepels komt via de aangelegde melkkliertjes en melkkanaaltjes. Wanneer een kindje aan een tepel sabbelt, gaat er via de zenuwen in de tepel een seintje naar de hersenen toe wat de aanmaak van prolactine en oxytocine aanmaakt. De oxytocine zorgt dat er daadwerkelijk melk gaat stromen en de prolactine helpt de melkklieren tot de productie van de melk. Het is daarbij belangrijk dat de borst goed leeggedronken wordt door de baby want dat zorgt voor de hoogste prolactine waardoor de borst voldoende melk blijft produceren. Het vaak aanleggen van je baby zorgt dan ook voor een toename van het hormoon prolactine en dus voor een toenemende melkproductie. Het frequent aanleggen van je baby in de beginperiode van het geven van borstvoeding is daarom belangrijk om een goede melkproductie te creëren. Voeden op verzoek is een effectieve manier van het vinden van de juiste melkproductie voor jouw kindje. 

Wanneer borstvoeding moeilijker op gang komt kan dit allerlei oorzaken hebben en een bepaalde mate aan stress geven. Stress staat de aanmaak van oxyotine in de weg en daarmee dus ook de toestroom van melk naar de tepel toe. Je kunt je voorstellen dat er een soort vicieuze cirkel kan staan wanneer het geven van borstvoeding niet vanzelf gaat. Een beperkte hoeveelheid oxyotine kan overigens ook leiden tot andere klachten zoals een afgevlakt gevoel of depressieve gevoelens. Het is niet alleen voor borstvoeding maar ook voor je herstel, de hechting met je kindje en je algemene welzijn belangrijk dat je als jonge moeder zo min als mogelijk stress ervaart. Laat daarom goed voor je zorgen en luister goed naar je eigen gevoel en naar wat jouw lichaam nodig heeft. 

Prolactine als voorbehoedsmiddel

Wanneer een vrouw borstvoeding geeft is prolactine aanwezig in het lichaam. Het klopt dat prolactine de eisprong tegen gaat en daarom denken veel vrouwen dat zolang zij borstvoeding geven de aanmaak van prolactine een natuurlijk voorbehoedsmiddel is. Het klopt dat je zonder eisprong niet zwanger kan worden maar prolactine als voorbehoedsmiddel is alleen betrouwbaar in het geval wanneer je 24 uur per dag borstvoeding geeft, dus ook de nachten, waarbij maximaal 4 uur tussen twee voedingen in zit. Ook als je na 8 weken bloed verliest, is deze methode niet betrouwbaar. Aangezien er weinig vrouwen zijn die zo snel aan een volgende zwangerschap willen denken is het advies daarom om samen met jouw verloskundige en/of huisarts te kijken naar een passend voorbehoedsmiddel. 

Leuk om te weten 

Prolactine zorgt er overigens ook voor dat er water getransporteerd wordt naar de placenta en heeft dus naast het melkproductie proces nog een hele belangrijke functie. Je borsten merken daar alleen niets van. 

Ook mannen maken een kleine hoeveelheid prolactine aan. Geen lekkende tepels voor hen maar het hormoon kan wel een (positief) effect hebben op hun gedrag, verminderen van stress en het dieper kunnen slapen. 

Naast mannen en vrouwen kan het zo zijn dat jouw kleintje na de bevalling via jouw bloed nog wat prolactine in zijn of haar bloed heeft wat ervoor kan zorgen dat er wat wittige afscheiding uit de tepeltjes komt. Een gekke gewaarwording maar met wat achtergrondinformatie eigenlijk erg logisch.